Op basis van de opbrengsten uit de werksessies is de eerste versie van het Mission Statement – van Kramp naar Kracht opgesteld. Tijdens de drie pre-events op 16 maart in de Colour Kitchen in Utrecht, op 29 april in Feijenoord in Rotterdam en op 9 mei in de Huisartsen Kring Haaglanden in Den Haag is hard gewerkt om het Mission Statement aan te scherpen. Benieuwd naar wat er die avonden besproken is? Lees hier meer. Tijdens het event de Lokale Participatiesamenleving: van Kramp naar Kracht is de definitieve versie van het Mission Statement – van Kramp naar Kracht gepresenteerd.

 

 

De lokale participatiesamenleving: van Kramp naar Kracht

Eenzaamheid, armoede, segregatie, schulden, onveiligheid, radicalisering, werkloosheid en ongezonde levensstijl…al deze problemen nemen in de lokale samenleving een tastbare vorm aan. Officieel zijn er vele
voorzieningen die bij het aanpakken van deze problemen moeten helpen, maar steeds meer Nederlanders merken aan den lijve dat ze niet goed werken. Geen wonder dat het wantrouwen tegenover logge
bureaucratische organisaties  en ‘de politiek’ steeds breder wordt. Juist burgers die op deze voorzieningen zijn aangewezen voelen zich door die organisaties en door de overheid in de steek gelaten. Dat is weinig behulpzaam bij het streven om de participatiesamenleving van een positieve invulling te voorzien.

En toch is dit maar het halve verhaal. Want in diezelfde lokale samenleving zijn talloze burgers,  professionals, ambtenaren en bestuurders aan het werk die iets voor hun medemensen willen betekenen. Ze gaan in tegen de regelzucht, de machtsuitoefening en het systeemdenken dat kenmerkend is voor veel van onze
voorzieningen. Het zijn sociale voortrekkers die met hun persoonlijk optreden laten zien hoe je problemen wél kunt aanpakken en nieuwe wegen kunt bewandelen. Tal van huisartsen, wijkagenten, leerkrachten, verpleegkundigen, ondernemers of ambtenaren zetten zich uit morele en maatschappelijke gedrevenheid in voor de plaatselijke bewoners, ook als dat leidt tot wrijving met gangbare voorzieningen.

Met deze intentieverklaring vestigen wij – burgers, professionals, bestuurders en ambtenaren – de aandacht op deze sociale voortrekkers. We vatten hun werkwijze als voorbeeldig op en geloven dat ze een voorname
bijdrage leveren aan de onvermijdelijke innovatie van onze verzorgingsstaat. Hun optreden is op het eerste oog paradoxaal. Van de ene kant volgen ze enkele beginselen die vrijwel iedereen aanvaardt omdat ze het uitgangspunt voor alle goede zorg vormen. Bijvoorbeeld de idee dat het helpen van medemensen om aandacht en compassie vraagt. Van de andere kant tonen ze bij het waarmaken van die beginselen zoveel
ondernemerschap, creativiteit en moed dat ze ons een nieuwe weg wijzen. Al met al verdient de door hen
ontwikkelde praktijk brede navolging. Dat is wat wij met Verklaring van Eindhoven willen uitdragen. We
willen onze eigen werkwijze de komende jaren langs tien door de voortrekkers ontwikkelde uitgangspunten vormgeven.

De eerste set van vijf beginselen bevat de gouden regels voor goede zorg en ondersteuning van afhankelijk geworden mensen:

Anders bejegenen

1.    Zeker voor de publieke sector geldt: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Daarom moeten we iedereen met evenveel respect tegemoet treden. Ons handelen kan de toets van elementair
fatsoen doorstaan.

2.    We mogen de mensen die zijn aangewezen op onze hulp nooit onder druk zetten. Wij spannen ons in voor degene die deze hulp echt nodig heeft. ‘Zoek het zelf maar uit’ mag nooit een optie zijn. Wie hulp behoeft, kan op onze oprechte interesse rekenen.

3.    We beseffen dat zorg en hulp een vorm van geven zijn waarbij de ontvangers niet onmiddellijk iets
kunnen teruggeven. We vertrouwen erop dat het geven van vertrouwen, aandacht, kansen of
verantwoordelijkheid uiteindelijk goed zal uitwerken.

4.    We spreken zorgontvangers ook op hun gevoel van eigenwaarde aan. Hulp mag niet tot afhankelijkheid leiden. Onze ondersteuning is erop gericht de draaglast te verminderen en de draagkracht van mensen zoveel mogelijk te versterken.

5.    Zorg en ondersteuning werken alleen als er een persoonlijke relatie is. Onze houding moet zich dan ook door nabijheid en empathie kenmerken. We moeten oog hebben voor het menselijke en gevoelsmatige behoeften van degenen die we helpen.

Hoewel vele burgers, bestuurders en professionals deze beginselen omarmen, verhinderen de volgende  factoren het waarmaken ervan: 1) het werken op een te grote schaal; 2) het inzetten van machtsmiddelen; 3) de wens om op korte termijn resultaat te laten zien; 4) een overdaad aan gedetailleerde regels of voorschriften en 5) verschillen tussen het leven van hoog- en laagopgeleide burgers.

Willen we met de gouden regels ernst maken dan moeten we op elk van deze vijf blokkades een alternatief ontwikkelen. De tweede  set door de voortrekkers gebruikte beginselen bevat daarom vijf gouden regels voor ‘anders organiseren’:

Anders organiseren

1.    In plaats van op grootschaligheid zetten we  in op kleinschalige verbanden. Ons optreden moet in het
teken van menselijke nabijheid staan. Wie vanuit een anonieme organisatie opereert, zal nooit maatwerk
kunnen leveren.

2.    In plaats van machtsmiddelen moeten we inzetten op degenen die als bestuurder, burger of professional moreel gezag hebben. Laten we de leiding toevertrouwen aan mensen die in de praktijk laten zien dat ze het werk goed kunnen uitvoeren.

3.    In plaats van de korte termijn moeten we het aangaan van duurzame relaties voorop stellen.

4.    In plaats van alles dicht te regelen moeten we juist meer ruimte scheppen voor burgers, bestuurders en professionals. Laten zij meer experimenten doen om te ontdekken wat er werkt. Variatie en creativiteit zijn vruchtbaarder dan het vermijden van risico’s.

5.    In plaats van de neiging om het gedrag van hoogopgeleide burgers als norm te stellen, moeten we meer begrip voor het leven van laagopgeleide Nederlanders opbrengen. Zorg ervoor dat slecht aangesloten groepen aanhaken en belangrijke vaardigheden kunnen ontwikkelen. Dat zou het begin van een nieuw sociaal contract tussen beide groepen kunnen zijn.

Onderzoek naar het optreden van sociale voortrekkers laat zien dat ze met betrekking tot deze punten
‘sociale uitvindingen’ hebben gedaan. We kunnen en willen van hen leren, ons net als hen innoverend,
vooruitlopend en wars van conventies opstellend. Met de tien beginselen voor anders bejegenen en anders
organiseren kunnen en zullen wij het innoveren van de verzorgingsstaat en zijn voorzieningen op een
fatsoenlijke en effectieve manier ter hand nemen.